Minder autoverkeer bleef onderdeel van de oplossing.
De voorlopige haalbaarheid van de fietsstraat werd rechtstreeks gekoppeld aan een daling van het aantal auto’s.
03 / Fietsstraat en autoverkeer
Bijgewerkt 19 september 2026
De gemeente voert op de Korreweg een oplossing uit die afwijkt van de algemene lijn in haar eigen fietsbeleid. Die afwijking was oorspronkelijk logisch binnen een groter verkeersplan waarin de Korreweg veel minder autoverkeer zou krijgen.
De oorspronkelijke verkeersoplossing via het Oosterhamriktracé werd niet gerealiseerd. De fietsstraat bleef.
De afwijking van het algemene fietsbeleid
Fietsstrategie 2015–2025De Fietsstrategie 2015–2025 kiest voor het hoofdfietsnetwerk voor verbreden, fietspaden van topkwaliteit en fiets en auto waar mogelijk scheiden.
De Korreweg hoort bij dat hoofdfietsnetwerk. Toch wees de gemeente de straat aan als kompasproject voor een fietsstraat.
De fietsstraat Korreweg was daarmee geen vanzelfsprekende toepassing van de algemene lijn, maar een afwijkende keuze. Die keuze stond vanaf het begin in samenhang met het Oosterhamriktracé en de Gerrit Krolbrug.
Waarom die afwijking oorspronkelijk logisch was
De bestaande fietspaden waren te smal. De autorijbaan bood ruimte. Het Oosterhamriktracé moest veel autoverkeer van de Korreweg halen. Daarmee ontstond de verkeerskundige ruimte om fietsers meer van de rijbaan te geven.
“De vermindering van autoverkeer geeft meer ruimte voor de fietser. Deze projecten worden in samenhang opgepakt.”
Daarmee legde de gemeente zelf rechtstreeks de relatie tussen minder autoverkeer en meer ruimte voor de fiets.
zonder tracé met tracé
5.800 → 1.700–1.900zonder tracé met tracé
5.000 → 2.900–3.100Dit zijn modelscenario’s voor een situatie zonder en met het Oosterhamriktracé.
03 / Minder autoverkeer bleef tot 2019 een voorwaarde
“Voorlopig lijkt fietsstraat te kunnen, mits aantal auto’s daalt.”
De voorlopige haalbaarheid van de fietsstraat werd rechtstreeks gekoppeld aan een daling van het aantal auto’s.
Bij circa 5.000 motorvoertuigen werd een fietsstraat niet aanbevolen. Vrijliggende fietspaden werden expliciet als alternatief genoemd.
In oktober 2019 stond de toekomstige verkeerssituatie nog niet vast. De expertmeeting beoordeelde dus geen definitief vastgelegde eindsituatie.
Eerst het autoverkeer fors terugbrengen, dan ontstaat ruimte om fiets en auto op de Korreweg te mengen.
Het centrale breekpunt
De oorspronkelijke verkeersoplossing via het Oosterhamriktracé werd niet vooraf gerealiseerd. Op 22 december 2021 besloot de gemeenteraad wel afzonderlijk om de Korreweg als fietsstraat verder uit te werken.
Daarmee veranderde de manier waarop de gewenste verkeersafname moest ontstaan.
De oorspronkelijke voorwaarde veranderde. De gekozen uitkomst niet.
Niet meer óf, maar hóé
Vanaf 2024 stond in de planvorming niet opnieuw óf mengen de beste oplossing was centraal, maar hóé de fietsstraat moest worden ingericht.
Behoud of verbreding van vrijliggende fietspaden werd niet opnieuw als gelijkwaardig alternatief tegenover de fietsstraat gezet.
06 / Fietsstrategie 2025–2035
De nieuwe strategie vormt de actuele beleidslijn: bredere fietspaden, hoogwaardige hoofdroutes en ‘scheiden en spreiden’. Die lijn wordt tegenover de concrete keuze op de Korreweg gezet.
De strategie laat ook expliciet zien dat 30 km/u niet betekent dat vrijliggende fietspaden moeten verdwijnen. Zij beschrijft ook 30 km/u-wegen waar vrijliggende fietspaden behouden blijven.
Het algemene fietsbeleid wijst opnieuw richting verbreden, scheiden en spreiden. Op de Korreweg verdwijnen juist de bestaande vrijliggende fietspaden.
De feitelijke uitvoering op de Korreweg
08
Voor de aanleg van de fietsstraat verdwijnen 17 autoparkeerplaatsen: van 173 naar 156. Alle 17 verdwijnen aan de oostkant. Bij Korreweg 99–111 verdwijnen acht plaatsen; die ruimte wordt onder meer gebruikt voor nieuw fietsparkeren.
Het gebrek aan fietsparkeerruimte is hier niet vanzelf ontstaan. Op dit deel van de Korreweg verdwenen de oorspronkelijke voortuinen — en daarmee de ruimte waar bewoners hun fietsen bij de woning konden stallen. Elders langs de Korreweg, waar die voortuinen nog wel aanwezig zijn, speelt dat probleem niet.
Nu staat de stoep hier vol met geparkeerde fietsen. De gemeente wil die fietsen van de stoep hebben om ruimte voor voetgangers te maken en haalt daarvoor autoparkeerplaatsen weg.
Maar bewoners worden niet verplicht die nieuwe fietsparkeerplaatsen te gebruiken. Ik woon hier inmiddels veertien jaar en in al die tijd heeft de gemeente nooit ingegrepen tegen de parkeeroverlast van fietsen op deze stoep.
En juist deze al overvolle stoep heeft de gemeente als parkeerplek aangewezen voor drie commerciële deelvervoerders: Check, Voi en Dott.
Ook andere grote steden hebben belangrijke fietsroutes door straten met veel autoverkeer. Het verschil is dat zij bij een fietsstraat ook ingrijpen in het autoverkeer — of de scheiding tussen fiets en auto behouden.
Op drukke fietsroutes wordt doorgaand autoverkeer verminderd of verplaatst. Waar mengen niet goed past, blijven vrijliggende fietspaden bestaan.
Bij fietsstraten op drukke routes wordt doorgaand autoverkeer geweerd of anders geleid. De straat wordt autoluwer gemaakt voordat fiets en auto worden gemengd.
Bij straten met veel verkeer blijft een vrijliggend fietspad een volwaardig alternatief. Kiest Den Haag voor een fietsstraat, dan wordt ook het autoverkeer aangepast, bijvoorbeeld met eenrichtingsverkeer.
Ook Groningen zelf pakt het elders anders aan. Op Helperzoom Noord versmalt de gemeente de rijbaan, remt zij de snelheid af en maakt zij de auto ondergeschikt aan de fietser. Bij een lastig kruispunt krijgt doorgaand fietsverkeer een aparte route.
De overeenkomst: andere steden passen niet alleen de plek van de fietser aan. Ze passen ook het autoverkeer aan — of houden fiets en auto gescheiden.
10
Dit is geen verhaal over een fietsstraat die vanaf 2015 consequent uit het gemeentelijke fietsbeleid voortvloeide. Het tegenovergestelde blijkt uit de stukken. Het algemene beleid was scheiden en hoogwaardige fietspaden. De Korreweg werd daarvan een uitzondering, omdat de straat door het Oosterhamriktracé veel minder autoverkeer zou krijgen.
Tot 2019 werd die verkeersafname nog als voorwaarde genoemd. In 2021 verdween deze voorwaarde, maar niet de fietsstraat. Daarna werd niet opnieuw gekozen tussen mengen en vrijliggende fietspaden; de fietsstraat was voortaan het uitgangspunt.
Tien jaar later beschrijft de gemeente opnieuw bredere fietspaden, scheiden en spreiden als antwoord op drukke hoofdfietsroutes en grotere snelheidsverschillen. Op de Korreweg gebeurt juist het tegenovergestelde: de vrijliggende fietspaden verdwijnen en fietsers worden gemengd met auto’s en bussen.
De voorwaarden veranderden. Daarna veranderde vooral de onderbouwing, niet de uitkomst.